Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern

TEST 15: français - néerlandais
Houd - Kunt - Snel - Veertig - aansteken - alleen - bang - kan - man - markt - nul - rijden - tot - van - vroeg -

1. faire du feu > het vuur / een vuur aanmaken
2. Laisse faire ! > daarmee op!
3. Je ne peux pas remuer le bras droit. / Je ne peux pas bouger le bras droit. > Ik mijn rechterarm niet bewegen.
4. Je regarde, juste. > Ik kijk maar.
5. Cet homme est blessé. > Deze is gewond.
6. Vite ! / Dépêchez-vous ! > ! / Schiet op! / Haast u!
7. en verre > glas
8. rouler à vive allure / conduire vite > hard
9. Pourriez-vous m’apporter du citron / un peu de citron ? > u mij een schijfje citroen brengen?
10. arriver trop tôt / en avance > te komen
11. Au revoir et à plus tard ! / A tout à l’heure ! > Dag, later!
12. au-dessus de zéro > boven
13. Quarante, cinquante, soixante, soixante-dix, quatre-vingts. > , vijftig, zestig, zeventig, tachtig.
14. Aujourd’hui, je vais au marché. > Vandaag ga ik naar de .
15. avoir peur de > zijn voor
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: