TEST 85: English - Dutch

Drag the word to the blank!
Een - Hebt - Wat - Wilt - een - eerste - geen - groot - kaartje - koud - meter - roepen - tot - vrij - willen -

1. A circus has come to town. > Er is circus in de stad gekomen.
2. I have no time > ik heb tijd
3. I would like a ticket for tonight. > Ik zou graag een voor vanavond willen hebben.
4. I'd like to buy a shirt. > Ik zou graag een overhemd kopen.
5. Half a dozen makes six. > half dozijn is zes.
6. Have you worked in this country before? > U al eerder in dit land gewerkt?
7. thirteen metres long > dertien lang
8. till today / to date > op heden
9. with cold water > met water
10. Please, give me your name and address! > U mij Uw naam en Uw adres geven?
11. in the first place > in de plaats
12. to call for help > om hulp
13. Do you have any vacant rooms? > Is er nog een kamer ?
14. Do you want a large or small beer? > Wilt u een klein of een glas bier?
15. How much is it? > kost dat? / Hoe duur is dat? / Hoeveel is het?

Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!