TEST 77: English - Dutch

Drag the word to the blank!
Chinees - Zou - alstublieft - bril - doet - geen - geld - heldere - lekker - niks - roepen - toilet - verlopen - wil - winnen -

1. a clear sky > een hemel
2. I feel ill / I feel sick > ik voel me beroerd / ziek / niet / niet goed
3. I would like half board. > Ik graag halfpension.
4. I've no money with me > ik heb geld bij me
5. The key for room ..., please. > De sleutel van kamer ... .
6. She understands Chinese. > Zij verstaat .
7. Where is the toilet / lavatory? > Waar is de WC? / het ?
8. This passport has expired. > Dit paspoort is .
9. Will you do me a favour? > je iets voor mij willen doen?
10. to call in the doctor > de dokter halen / de dokter
11. to lose money > verliezen
12. to wear glasses > een dragen
13. to win by seven goals to five > met 7-5
14. it isn't done > dat men niet / dat doe je niet
15. it's no good > het heeft geen zin / het wordt niets / het wordt

Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!