TEST 64: English - Dutch
Drag the word to the blank!
Waar - avond - dank - gaan - gauw - jonger - leren - ongeveer - pond - tot - voorbeeld - waard - weg - zorgen - zulke -
1. I would like to ask you out for an evening. >
Ik zou U graag een
willen uitnodigen om ergens heen te gaan.
2. he is twenty years younger than me >
hij is twintig jaar
dan ik
3. Thank you for a very nice day. >
Hartelijk
voor een erg fijne dag.
4. that's not worth much >
dat is niet veel
5. Where can I buy stamps? >
kan ik postzegels kopen?
6. Should we go to the zoo or to the museum? >
Zullen wij naar de dierentuin of naar het museum
?
7. to ask the way >
naar de
vragen
8. to give an example >
een
geven
9. to learn German >
Duits
10. So long! >
Tot
!
11. Follow the road for about one kilometre. >
Rijdt u
een kilometer door.
12. Don't worry! >
Maakt u zich geen
!
13. worse and worse / from bad to worse >
steeds slechter / steeds erger / van kwaad
erger
14. such people >
mensen
15. exactly one pound >
precies een
Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our
LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!