TEST 98: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Wacht - Wilt - gelegenheid - heeft - komen - nieuw - oliepeil - op - raadplegen - steen - telefoon - ter - vak - volgende - zuur -

1. Lad mig se! > Laat eens kijken! / eens! / Even denken!
2. Kan du komme så hurtigt som muligt? > Kunt U zo gauw mogelijk ?
3. Han har anbefalet Dem / dig til jobbet. > Hij haar aanbevolen voor de baan.
4. ved denne lejlighed > bij deze
5. Der er telefon til Dem / dig. > er is voor u
6. Vi fører Dem hermed følgende beløb i regning. > Hierbij brengen wij u de bedragen in rekening ...
7. Vi holdte en nytårsfest. > Wij hadden een feest met oud en .
8. skyde en sten på > een gooien naar
9. slå op i telefonbogen > het telefoonboek / opzoeken in het telefoonboek
10. komme til sagen > zake komen
11. Kontrollér oliestanden. > Wilt u het controleren?
12. Kontrollér oliestanden. > u het oliepeil controleren?
13. forstå sit håndværk > zijn verstaan
14. Lydt til hans råd! > Volg zijn raad !
15. mælken er sur > de melk is

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!