TEST 95: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Bijgesloten - Hier - Hoe - aarde - auto - boodschap - daar - heeft - horen - komen - mag - met - mooi - ter - zien -

1. Vær venlig og giv ham en besked! > Wilt U hem een doorgeven, alstublieft!
2. Kan De / du forbinde mig med dette nummer? > Kunt u me doorverbinden dit nummer?
3. Kan man leje cykler på stedet? > Kun je ter plekke fietsen huren?
4. se klart > duidelijk
5. De må ikke overskide 50 kilometer. > U niet harder dan 50 km/u.
6. Vedlagt / Som bilag finder De en prøve. > treft u een voorbeeld aan.
7. Her er reservehjulet. > is het reservewiel.
8. skubbe bilen > de wagen duwen / de duwen
9. under jorden / underjordisk > onder de grond /
10. komme til verden > op de wereld
11. Hun har bestået prøven. > Zij het examen gehaald.
12. Hvor er det dejligt! > Wat is dat !
13. Hvor lang tid varer reparationen? > lang zal de reparatie duren?
14. være godt til bens > goed been zijn
15. høre en nyhed > een nieuwtje / een nieuwtje vernemen

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!