TEST 85: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Geschiedenis - aannemen - buiten - expresse - gezellig - inhalen - koop - liefde - moeten - open - restauratiewagon - schijnt - vraagstuk - zekeringen - zich -

1. i al venskabelighed > heel / gemoedelijk
2. tage til efterretning > iets voor kennisgeving / ergens nota van nemen
3. Jeg vil sende det ekspres / anbefalet. > Ik wil dit graag per / aangetekend versturen.
4. beklage sig over > beklagen over
5. Vi må spare på strømmen. > Wij stroom besparen.
6. gifte sig af kærlighed > trouwen uit
7. Sikringerne er sprunget. > De zijn doorgebrand.
8. tilbyde til salg > te aanbieden
9. Biologi. Matematik. Geografi. Sprog. Historie. > Biologie. Wiskunde. Aardrijkskunde. Talen. .
10. forpustet > adem
11. Er der en spisevogn? > Is er een ?
12. Overhal ikke! > Niet ! / Verboden in te halen!
13. Hvornår åbner / lukker bankerne > Hoe laat gaan de banken ? / Hoe laat sluiten de banken?
14. månen skinner > de maan
15. løse en opgave > een opgave oplossen / een oplossen

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!