TEST 73: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
aardappelen - andere - bijleggen - eens - ervoor - gewonde - grootste - lucht - met - opgelicht - over - steen - uitgegleden - zeggen - zorgen -

1. i det fri / under åben himmel > in de open
2. Måske en anden gang. > Misschien een keer.
3. Kan De / du sige mig, hvornår jeg skal stå af. > Wilt u mij wanneer ik moet uitstappen?
4. han skal nok hjælpe sig selv > hij kan voor zichzelf / hij weet raad
5. Taxichaufføren har snydt mig. > De taxichauffeur heeft me .
6. Jeg gled i bananskrællen. > Ik ben over een bananenschil.
7. levn noget til mig > laat wat voor mij
8. af sten > van
9. bilægge striden > de ruzie
10. skrælle kartofler > schillen / aardappels schillen
11. Flyt ikke den tilskadekomne! > Raakt U de niet aan!
12. en gang for alle > voor en altijd / definitief
13. Frikadeller med kogte kartofler. > Gehaktballen gekookte aardappelen.
14. Hvor ligger det største indkøbscenter? > Waar ligt het winkelcentrum?
15. sådan forholder det sig > dat is hoe de zaak staat

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!