TEST 67: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
brengen - gedurende - griep - handvol - houdt - lijntje - nachtelijke - nul - onderwijzen - slaan - staat - stad - toegang - uur - vragen -

1. have influenza > de hebben
2. bede om lov > om toestemming
3. hele året rundt > het hele jaar
4. Der er 15 graders varme. > Het is vijftien graden boven .
5. Deres / Din bil generer trafikken. > Uw auto het verkeer op.
6. Vi fører Dem hermed følgende beløb i regning. > Hierbij wij u de volgende bedragen in rekening ...
7. Himlen er fuld af stjerner. > De hemel is bezaaid met sterren.
8. klokken slår fem > het is precies vijf
9. slå med stokken > met een stok
10. en håndfuld > een
11. Hvad er Deres / din adresse her i byen? > Wat is uw adres in deze ?
12. Må ikke betrædes ! / Adgang forbudt! > Verboden !
13. være i stand til > in zijn
14. lære sprog > talen / talen doceren
15. føre / holde i snor > aan het houden

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!