TEST 56: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Duitser - Hebt - afspraak - denken - doet - feest - gelukwensen - keus - klokslag - mate - staat - twee - vegetarische - verdienen - woord -

1. i høj grad > in hoge
2. Lad mig se! > Laat eens kijken! / Wacht eens! / Even !
3. Han aftalte en tid med lægen. > Hij maakte een met de dokter.
4. han lader bare som om > hij alsof
5. Har De / du en ildslukker? > u een brandblusser?
6. jeg har ikke noget valg > ik heb geen
7. Jeg har to måneders opsigelsestid. > Mijn opzeggingstermijn is maanden.
8. Held og lykke. Mine bedste lykønskninger. > Veel succes! Mijn beste .
9. Det er en god lejlighed til at tjene penge. > Dat is een goede mogelijkheid om geld te .
10. Vi holdte en nytårsfest. > Wij hadden een met oud en nieuw.
11. alle vegne / altid / hele tiden > bij iedere stap / overal waar men gaat en
12. indfødt tysker > van geboorte
13. Er det muligt at få vegetarisk mad? > Is het mogelijk om maaltijden te krijgen?
14. bryde sit ord > zijn breken
15. på slaget 3 > drie uur

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!