TEST 48: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Kijk - Welke - aandacht - afleggen - geen - helemaal - houden - iets - inbegrepen - mist - optreden - praten - slaatje - stijgen - vertaler -

1. tale fornuftigt > verstandig
2. Se til højre! > naar rechts!
3. jeg forstår fuldstændigt > ik begrijp het / ik begrijp het volkomen
4. det er tåget > het is mistig / het
5. det ligner ham > dat is echt voor hem
6. afgive en forklaring > een verklaring
7. Vil De udtale Dem som vidne? > Wilt u als getuige ?
8. Skaf mig en spansk-hollandsk oversætter . > Zorg voor een Spaans-Nederlands.
9. holde sit løfte > zijn belofte
10. Er betjening inkluderet? > Is de bediening ? / Is het inclusief bediening?
11. drage nytte af / slå mønt af > een slaan uit / beter worden van / profiteren van
12. priserne stiger > de prijzen
13. Hvilken blodtype har De / du? > bloedgroep hebt u?
14. på ingen måde > in geval
15. gøre opmærksom på > de vestigen op

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!