TEST 27: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Pas - deken - exclusief - gekookte - gevaar - halen - hoge - lijden - maar - mag - melk - pak - schelpen - stoep - verlies -

1. tage habitten på > je aantrekken
2. Kan jeg få et ekstra tæppe? > Kan ik een extra krijgen?
3. Har De kogte grøntsager? > Hebt u groente?
4. uden for fare > buiten
5. ved vejkanten > op de / langs de straat
6. Jeg har et møde, som jeg skal passe. > Ik heb een afspraak, die ik niet missen.
7. Jeg kan desværre ikke betale mere. > Het spijt me, ik kan helaas niet meer betalen.
8. Der advares mod tasketyve! > op voor zakkenrollers!
9. Vi har samlet muslinger på stranden. > Wij hebben verzameld op het strand.
10. lide et tab > verlies
11. Priserne er uden emballage. > De prijzen zijn verpakking.
12. et svært tab > een zwaar
13. Hun havde høj feber. > Zij had koorts.
14. Overhal ikke! > Niet inhalen! / Verboden in te !
15. mælken er sur > de is zuur

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!