TEST 21: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Hebt - brood - donkere - eind - goud - hemel - injectie - jacht - kampeerterrein - onweert - rivier - verkeer - wachten - wagen - zeer -

1. Har De / du en oversættelse af denne bog? > u een vertaling van dit boek?
2. have mørk hud > een huid hebben
3. Jeg giver Dem / dig en indsprøjtning. > Ik geef u een .
4. meget farligt > gevaarlijk
5. Deres / Din bil generer trafikken. > Uw auto houdt het op.
6. det tordner > het
7. afvente tegnet / signalet > op een teken
8. Mine yndlingsfarver er guld og sølv. > Mijn lievelingskleuren zijn en zilver.
9. skubbe bilen > de duwen / de auto duwen
10. en skive brød > een snee / een boterham
11. holde op med > een maken aan
12. For himlens skyld! > Goeie ! / Om 's hemelswil!
13. Hvad hedder det bjerg der / den flod der? > Hoe heet deze berg / ?
14. Hvor findes nærmeste campingplads? > Waar is het dichtstbijzijnde ?
15. gå på jagt > op gaan / gaan jagen

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!