TEST 14: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
batterij - best - brengen - cheque - door - huilen - mistig - moet - onze - schoenen - tijd - van - veel - voorwaarde - zich -

1. Lad dig ikke forstyrre! > Gaat u maar gewoon !
2. Han vil forsøge at gøre sit bedste. > Hij zal zijn uiterste doen.
3. Batteriet er fladt / afladt. > De is leeg.
4. jeg er dig meget taknemmelig > ik ben u dank verschuldigd
5. Jeg vil gerne indløse en rejsecheck. > Ik wil graag een reischeque / traveler's inwisselen.
6. det er tåget > het is / het mist
7. Findes der et kort over tunnelbanen? > Is er een plattegrond het metronet?
8. Bliv liggende! > U blijven liggen!
9. Hold op med at hyle / skrige / skændes! > Houd op met / schreeuwen / ruzie maken!
10. Som bilag sender vi vores nyeste katalog. > Als bijlage zenden wij u nieuwste catalogus.
11. opføre sig anstændigt > fatsoenlijk gedragen
12. bringe i sikkerhed > in veiligheid
13. bruge lang tid på > veel besteden aan
14. Puds dine sko! > Poets je !
15. på en betingelse > onder één

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!