TEST 9: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Als - Kunt - Vertrekt - doorsnee - grote - iets - inpakken - liggen - maakte - sluiten - tand - tegen - vervoerd - vormen - wil -

1. i gennemsnit > gemiddeld / in
2. tage til efterretning > voor kennisgeving aannemen / ergens nota van nemen
3. Han aftalte en tid med lægen. > Hij een afspraak met de dokter.
4. danne en kreds / cirkel > een kring
5. med stor omhu > met moeite
6. Jeg vil sende det ekspres / anbefalet. > Ik dit graag per expresse / aangetekend versturen.
7. Hent venligst min bagage. > u mijn bagage halen?
8. leve fra hånden og i munden > van de hand in de leven
9. Afgår færgen herfra? > de veerboot hier?
10. omfavne > omarmen / in de armen
11. Som bilag sender vi vores nyeste katalog. > bijlage zenden wij u onze nieuwste catalogus.
12. Forsendelsen af varen sker pr. bane > De goederen zullen per trein worden.
13. lægge sig hen > gaan
14. Vær venlig at pakke det ind. > Kunt u het inpakken? / Wilt u het alstublieft ?
15. føre krig imod > oorlog voeren

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!