TEST 83: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Anders - Hartelijke - Moet - aan - achteren - gaan - groeten - hier - iets - inspreken - papier - sigaret - spreek - vrachtwagen - willen -

1. bagud > naar
2. Tal her! > Hier alstublieft!
3. Hallo, hvem er det? / Hvem taler jeg med? > Hallo, met wie ik?
4. mange hilsner fra mig til > vele van mij aan
5. lastbilen > de vrachtauto / de
6. jeg tror han er syg > ik neem dat hij ziek is
7. Jeg vil gerne byde dig ud en aften. > Ik zou U graag een avond willen uitnodigen om ergens heen te .
8. Jeg vil gerne have en billet til i aften. > Ik zou graag een kaartje voor vanavond hebben.
9. der er noget galt > er klopt niet
10. Skal jeg skifte tog? > ik overstappen?
11. Skriv navn og adresse. > Schrijft u uw naam en adres.
12. Ellers noget? > Verder nog iets? / nog?
13. En cigaret? - Nej tak, jeg ryger ikke. > Een ? - Nee dank U, ik rook niet.
14. et stykke papir > een stuk
15. Kærlig hilsen / Kærlige hilsner > groeten!

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!