TEST 76: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
bij - eenpersoonskamer - eerste - enige - graag - hem - iets - komt - leven - niets - oosten - tijd - uur - vandaag - weet -

1. i østen > in het
2. Sådan er livet. > Zo is het !
3. Har De / du andre ønsker? > Hebt u nog nodig?
4. jeg kender ikke noget til det > daar ik niets van
5. Jeg vil gerne have et enkeltværelse med bad. > Ik wil graag een met douche.
6. Heldigvis er han her i dag. > Gelukkig is hij hier.
7. den første > de / het
8. det går sikkert > het wel goed
9. efter nogen tid > na tijd
10. ikke noget vigtigt > belangrijks
11. kl. 5 om eftermiddagen > om vijf 's middags
12. Kom i morgen! > Komt u morgen me!
13. Et bord til ... personer, tak . > Een tafel voor ... personen .
14. et langt stykke tid > een hele
15. Du burde være stolt over ham. > Je kunt trots op zijn!

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!