TEST 75: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Kijk - Waar - achttien - alstublieft - beneden - graag - kennen - lekker - moet - panne - personen - pijn - plezier - school - verder -

1. Se engang hvor sent det er! > op de klok hoe laat het is!
2. jeg har ondt i hovedet > mijn hoofd doet
3. jeg skal gå / jeg må gå > ik weg
4. Jeg vil gerne have helpension. > Ik wil volpension.
5. kende nogen > iemand
6. det er godt vejr > het is mooi weer / het is weer
7. det morer mig / jeg synes det er sjovt > ik vind het leuk / ik heb er in
8. ellers ikke noget > niets / anders niets
9. Kom herned! > Kom naar !
10. Tretten, fjorten, femten, seksten, sytten, atten. > Dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien, .
11. Et bord til ... personer, tak . > Een tafel voor ... graag.
12. Straks! / Et øjeblik! > Een ogenblik, !
13. punktere / have et uheld > hebben / pech hebben
14. Hvor er bruserne? > zijn de douches?
15. gå i skole > naar gaan

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!