TEST 57: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
brief - bruin - een - eens - gebeurt - iets - kinderen - krant - moet - niets - terug - verteld - wakker - zes - zon -

1. man har sagt til mig > mij is
2. De skal rejse ud om igen 3 måneder. > In drie maanden u het land weer verlaten.
3. jeg kan ikke gøre for det > ik kan er aan doen
4. Jeg vil gerne have noget mindre. > Ik wil graag kleiners.
5. seks minus to er lig med fire > min twee is vier
6. Det regner. Det er solskin. > Het regent. De schijnt.
7. det sker, at > het wel eens dat / het komt wel eens voor dat
8. blive brun > worden
9. blive vågen / vågen op > worden
10. Toget er forsinket / rettidigt. > De trein heeft vertraging / is op tijd.
11. Kom igen om to dage! > Komt u over twee dagen !
12. Hvad hedder børnene? > Wat is de naam van de ?
13. få et brev > een ontvangen
14. læse avisen > de lezen
15. Hør dog efter! > Luistert u ! / Nu moet u eens luisteren

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!