TEST 53: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Vannacht - Wat - achttien - als - gevoel - goede - jurk - meer - ook - voor - wat - weg - weg - winter - wordt -

1. I nat. I morgen tidlig. > . Morgenochtend.
2. Tak for Deres / din ansøgning. > Hartelijk dank / Bedankt uw sollicitatie.
3. han forstår ikke en spøg > hij heeft geen voor humor
4. Se hvad jeg har til dig! > Kijk ik voor je heb!
5. vejen til banegården > de naar het station
6. heller ikke > niet
7. Det ringer. Der er nogen ved døren. > Er gebeld. Er is iemand aan de deur.
8. til morgenmad > voor ontbijt / ontbijt / bij het ontbijt
9. Vinteren kommer efter efteråret. > De komt na de herfst.
10. en ny kjole > een nieuwe
11. spørge om vej > naar de vragen
12. stadig mere > steeds
13. hun er atten år gammel > ze is jaar oud
14. Hvad er det? > is dat?
15. være rask > gezond zijn / in gezondheid verkeren

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!