TEST 40: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Verder - beginnen - brengen - doen - geen - gehuurd - met - mogelijk - nodig - nogmaals - ochtend - pijn - ten - weg - zou -

1. Lad mig gøre det! > Laat mij dat maar !
2. han har brug for penge > hij heeft geld
3. jeg har ikke tid > ik heb tijd
4. Jeg vil gerne i biografen i aften. > Vanavond ik graag naar de bioscoop willen gaan.
5. begynde / indlede en samtale > een gesprek
6. besøge én > iemand een bezoek
7. det gør mig ondt > het doet me
8. tidlig om morgenen > op de vroege / op de vroege morgen
9. til dels > gedeeltelijk / dele / deels
10. vise vejen > de wijzen
11. Ellers noget? > nog iets? / Anders nog?
12. en gang til / forfra > / nog een keer
13. spille bold > de bal spelen
14. Hun hyrede en taxa. > Zij heeft een taxi .
15. så mange som muligt > zo veel

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!