TEST 30: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Een - Leidt - aardappelen - altijd - belangrijk - geleden - lied - midden - morgenavond - parkeren - slaap - toegedaan - voor - wagen - zomer -

1. i midten > in het
2. i morgen aften >
3. parkere sin bil > zijn auto parkeren / zijn parkeren
4. Jeg er ikke altid så doven. > Ik ben niet zo lui.
5. jeg er uenig > ik ben een andere mening / ik heb een andere mening
6. Jeg vil gerne have steg med kartofler. > Ik wil graag gebraden vlees met .
7. det er vigtigt > het is enorm voor mij
8. sommeren er slut > de is voorbij
9. for et år siden > een jaar
10. Et halvt dusin er seks. > half dozijn is zes.
11. synge en sang > een zingen
12. På hvilken måde? > Op wat manier? / Op welke manier?
13. Må jeg parkere her? > Mag ik hier ?
14. være faldet i søvn > in gevallen zijn
15. Fører denne vej direkte ind i byen? > deze straat rechtstreeks naar de stad?

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!