TEST 18: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Berlijn - Juist - Komt - Neemt - auto - me - papier - plakken - stadsplattegrond - volgen - wel - willen - zestien - zonder - zullen -

1. Tak, det er nok. > Dat is genoeg, dank u. / Dat is genoeg, dank u .
2. Har De / du et bykort? / Har De / du et kort over byen? > Hebt u een ?
3. Jeg beklager, men vi har ingen ledige værelser. > Het spijt , wij hebben geen kamer vrij.
4. Jeg vil gerne have en blandet salat uden tomater. > Ik zou graag een gemengde salade tomaten willen.
5. Jeg vil gerne i biografen i aften. > Vanavond zou ik graag naar de bioscoop gaan.
6. vejen til Berlin > de weg naar
7. deltage i et kursus > een cursus
8. Vi besøger dig i morgen. > Wij je morgen bezoeken.
9. Rigtig ! / Det stemmer! > ! / Inderdaad!
10. Undskyld! > u mij niet kwalijk! / Pardon!
11. Kom igen om to dage! > u over twee dagen terug!
12. opklæbning forbudt > verboden affiches te
13. Tretten, fjorten, femten, seksten, sytten, atten. > Dertien, veertien, vijftien, , zeventien, achttien.
14. et ark papir > een vel
15. stige ud af bilen > uit de stappen

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!