TEST 14: dansk - nederlandsk

Drag the word to the blank!
Engelse - Hoe - Nietwaar - aardig - heel - iemand - lekke - morgens - morgens - vakantie - warm - woord - zetten - ziektekostenverzekering - zorgt -

1. han sørger for familen > hij voor de familie
2. Lave kaffe > koffie
3. meget godt > goed
4. kende nogen > kennen
5. det bliver varmt > het wordt
6. det engelske sprog > de taal
7. det er meget venligt af Dem / dig > dat is erg vriendelijk van u / dat is erg van u
8. det ord forstod jeg ikke > ik heb het niet verstaan
9. Ikke sandt? > ?
10. kl. 4 om morgenen > om vier uur 's ochtends / om vier uur 's
11. om formiddagen > 's / 's ochtends
12. Er De / du medlem af en sygekasse? > Heeft u een ?
13. punktere > een band hebben / panne hebben
14. Hvad synes De / du ...? > bevalt u ...?
15. gå på ferie > op gaan

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!